Adviesburo Groene Monumenten
terug naar projecten
Landgoed Klarenbeek Doornspijk
Voor landgoed Klarenbeek is tuinhistorisch onderzoek gedaan in opdracht van de nieuwe eigenaren. Het huis en de bijbehorende tuin- en parkaanleg was ruim een decenium niet bewoont en de aanleg niet goed onderhouden.

In het midden van de 18e eeuw is door Arend van Hoeclum de boerderij Clarenbeecke, die al in 1567 wordt genoemd, verbouwt tot buitenverblijf. Zeer waarschijnlijk is door Arend van Hoeclum de grond nabij het huis aangelegd als 'lusttuin' met (vis)vijvers en wandeldreven.

In 1840 wordt Klarenbeek verkocht aan Cornelia Johanna Versluys (1795-1844) weduwe van Johan radermacher Schorer (1792-1940) is verloren. Met de kinderen, waarvan de jongste dan 10 jaar oud is, betrekt zij Klarenbeek en laat een nieuw koetshuis bouwen. Haar jongste dochter legt hiervoor de eerste steen. In 1842 wordt het huis grondig verbouwd of herbouwd. Haar schoonzoon Hendrik Frans van Meurs legt daarvoor de eerste steen. Ook de tuin- en parkaanleg ondergaat een ware metamorfose. Zeker is dat een architect hierbij betrokken is maar wie, dat is tot op heden niet zeker maar alles wijst op J.D. Zocher jr.

De laatste groet aanpassing is in 1919 als Arie Volker van Waveren (1860-1921) en zijn vrouw Hendrika Lodewijka ter Meulen (1862-1943) die eigenaar worden van Klarenbeek en het huis grondig laten verbouwen en uitbreiden door architect Ahazuerus Hendricus Wegerif (1888-1963). Tuin- en landschapsarchitect Dirk Frederik Tersteeg (1876-1942) wordt gevraagd om het terrrein direct om het huis te verfraaien.

Uit onderzoek blijkt dat een deel van de geometrische aanleg bewaard, lanen maar ook een formele ovale vijver. dat deze bewaard is gebleven is bijzonder. Nu ruim 100 jaar later is het park aan groot onderhoud en gedeeltelijke restauratie toe.